Uitleg bij een keuze
Waarom je energierekening meer is dan verbruik maal prijs
Waarom je energierekening meer is dan verbruik maal prijs
Waar gaat je geld heen?
Het voorbeeld
Een huishouden met 2.800 kWh stroom en 1.100 m³ gas per jaar, een cv-ketel, geen zonnepanelen en een dynamisch contract bij Tibber.
Gerekend met de gemiddelde marktprijs van de afgelopen twaalf maanden en de tarieven van 2026. Je eigen rekening reken je door in de rekentool.
Van elke € 100 op de rekening van dit voorbeeldhuishouden gaat ongeveer € 29 naar de stroom en het gas zelf.
- Stroom en gas zelf De marktprijs plus de opslag van je leverancier. Dit is het enige deel waar je contract invloed op heeft.
- € 908
- 29%
- Energiebelasting Een vast bedrag per kWh en per m³, elk uur even hoog.
- € 917
- 29%
- Btw over levering en belasting 21%, ook over de energiebelasting.
- € 383
- 12%
- Netbeheer Een vast bedrag per aansluiting voor de kabels en leidingen. Hangt niet af van je verbruik.
- € 745
- 24%
- Vaste leveringskosten Het vastrecht van je leverancier.
- € 170
- 5%
- Vermindering energiebelasting Een vast bedrag dat elk huishouden terugkrijgt, hoeveel je ook verbruikt.
- − € 629
- Per jaar
- € 2.495
En één kWh stroom?
Marktprijs 10,5 ct Opslag leverancier 1,5 ct Energiebelasting 9,2 ct Btw 4,4 ct
Samen 25,6 ct per kWh, gemiddeld over het afgelopen jaar. Zakt de marktprijs naar nul, dan betaal je nog steeds 12,9 ct: opslag, belasting en btw blijven.
Vijf posten, waarvan je er één kiest
Je rekening bestaat uit de stroom en het gas zelf, energiebelasting, btw, netbeheer en de vaste kosten van je leverancier. Alleen de eerste post hangt af van je contract en van het moment waarop je verbruikt. Daarom scheelt een dynamisch contract minder dan het verschil in uurprijzen doet vermoeden: de belasting en de opslag betaal je op elk uur.
Netbeheer en vastrecht betaal je ook als je niets verbruikt. Daar staat de vermindering energiebelasting tegenover, een vast bedrag dat je terugkrijgt.
Energiebelasting en de vermindering
Energiebelasting is een vast bedrag per kWh en per m³. In 2026 is dat 9,2 cent per kWh stroom en 60 cent per m³ gas, zonder btw. Over het geheel komt 21% btw, dus ook over de belasting zelf.
Elke aansluiting waar iemand woont krijgt een vermindering: € 629 per jaar in 2026. Het idee is dat een deel van je verbruik een basisbehoefte is. Verbruik je weinig, dan kan de vermindering hoger zijn dan de belasting die je betaalt.
Sinds het Klimaatakkoord gaat de belasting op gas stap voor stap omhoog en die op stroom omlaag, om een warmtepomp aantrekkelijker te maken. Per eenheid energie is stroom nog steeds zwaarder belast dan gas.
De politieke discussie gaat over de verdeling. Huishoudens betalen per kWh veel meer belasting dan grootverbruikers; de Consumentenbond pleitte in augustus 2026 voor een veel lagere belasting op stroom voor huishoudens. Twee moties voor een lagere energiebelasting haalden het in juni 2026 niet. Voor 2027 stelt het kabinet een iets lagere belasting op stroom en een iets hogere op gas voor; dat moet nog door beide Kamers.
Netbeheer: een vast bedrag per aansluiting
Voor de kabels en leidingen betaal je je netbeheerder een vast bedrag per jaar, via je leverancier. Welke netbeheerder je hebt, hangt af van waar je woont; je kunt hem niet kiezen. Sinds 2009 hangt het bedrag voor stroom af van de grootte van je aansluiting en niet van je verbruik.
In 2026 betaal je voor een gewone stroomaansluiting (tot 3 × 25 A) ongeveer € 476 tot € 478 bij Liander, Stedin en Enexis. Een aansluiting van 3 × 35 A kost ruim vier keer zoveel: ongeveer € 1.920 tot € 1.970. Een gewone gasaansluiting kost € 266 tot € 274.
De rekentool rekent met het tarief van je netbeheerder; je kiest hem bij "Aansluitingen". Wie een zwaardere aansluiting overweegt voor een laadpaal of warmtepomp, ziet daar wat dat per jaar kost.
Waarom netbeheer duurder wordt
Het stroomnet is op veel plekken vol. De netbeheerders investeren de komende jaren ruim vijftien miljard euro per jaar in kabels, transformatorhuisjes en hoogspanningsstations, en die kosten komen in de tarieven. Bij gas speelt het omgekeerde: de kosten van het gasnet worden over steeds minder gebruikers verdeeld.
Voor 2027 verwacht toezichthouder ACM dat netbeheer gemiddeld € 89 duurder wordt voor stroom en € 52 voor gas; het definitieve besluit volgt eind 2026. In een brief aan de Tweede Kamer van juni 2026 schrijft de ACM dat de ongeveer € 475 van nu naar verwachting oploopt tot rond € 1.000 per jaar in 2050.
Vanaf 2029: betalen naar het moment van verbruik
Op 8 oktober 2026 publiceerde de ACM een ontwerpbesluit voor tijdsafhankelijke nettarieven voor huishoudens, beoogd per 1 januari 2029. Een derde van het nettarief blijft een vast bedrag per aansluiting. Twee derde wordt een bedrag per kWh dat afhangt van het uur.
Het duurst worden de winteravonden van 17:00 tot 22:00. Op zomerdagen tussen 10:00 en 17:00 is het nettarief nul. Voor teruglevering geldt geen nettarief. De hoogte van de tarieven staat nog niet vast, en er kan nog op het besluit worden gereageerd.
Volgens de ACM gaat ruim de helft van de huishoudens minder betalen. Een klein appartement scheelt ongeveer € 100 tot € 200 per jaar. Een vrijstaand huis met warmtepomp en elektrische auto betaalt € 300 tot € 450 meer, ook als het verbruik zoveel mogelijk wordt verschoven.
Dit telt bovenop de dynamische stroomprijs. De dure uren van het net vallen grotendeels samen met de dure uren van de markt, dus verschuiven naar de middag of de nacht loont dan dubbel.
Salderen: twintig jaar regeling, in 2027 voorbij
Salderen bestaat sinds 2004. Sinds 2014 mag je alles wegstrepen tot je eigen verbruik. Een voorstel om de regeling in stappen af te bouwen werd in februari 2024 door de Eerste Kamer verworpen. Negen maanden later kwam er een nieuw voorstel om in één keer te stoppen; dat nam de Tweede Kamer aan in november 2024 en de Eerste Kamer op 17 december 2024. Salderen eindigt op 1 januari 2027.
Intussen voerden leveranciers terugleverkosten in. De ACM onderzocht ze drie keer, voor het laatst in december 2025, en vond ze telkens niet onredelijk hoog. Een rechter die zich inhoudelijk over de redelijkheid heeft uitgesproken, is er nog niet.
Wat dit betekent voor een berekening over jaren
De rekentool en het batterij-plan rekenen een heel jaar door met de tarieven van nu, en een terugverdientijd rekt dat op naar tien of vijftien jaar. Drie dingen in die berekening staan niet vast.
- Netbeheer wordt duurder. Dat verhoogt je rekening, maar verandert weinig aan wat een aanpassing oplevert, zolang het een vast bedrag blijft.
- Vanaf 2029 hangt het nettarief waarschijnlijk af van het uur. Slim laden, een batterij en zonnepanelen leveren dan meer op dan de tools nu laten zien; een warmtepomp of laadpaal die in de winteravond draait kost meer.
- De energiebelasting wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. De verhouding tussen stroom en gas bepaalt voor een groot deel of een warmtepomp zich terugverdient.
- Lees een terugverdientijd daarom als een richting, niet als een belofte. Bij de tools kun je met stijgende energieprijzen rekenen; het nettarief per uur zit er nog niet in.
Begrippen op deze pagina
Meer uitleg
Bronnen
- ACM: netbeheerkosten en maximumtarieven 2026
- ACM: ontwerpbesluit tijdsafhankelijke nettarieven (8 oktober 2026)
- ACM: Kamerbrief nettarieven (juni 2026)
- Belastingdienst: energiebelasting
- CBS: de energierekening, januari 2026
- Eerste Kamer: Wet beëindiging salderingsregeling
- Consumentenbond: belasting op stroom voor huishoudens
Nagelopen op 9 oktober 2026. Dit is uitleg, geen advies voor jouw situatie; reken het na met je eigen cijfers.